Van jongs af aan heb ik de kans gehad meerdere reizen te kunnen doen, reizen binnen en buiten Europa. Dat vind en ik vind ik nog steeds een prachtige beleving. Reizen wordt vaak gezien als een manier om te ontsnappen aan de drukte van het dagelijks leven. Even weg uit de routine, een andere omgeving opzoeken, tot rust komen en ontspannen. Die kant van reizen is waardevol, zeker en dat is voor mij zeker ook een reden om te reizen. Maar reizen heeft ook een tweede kant die ik minstens zo belangrijk vind. Door in aanraking te komen met andere culturen, gewoonten en levenswijzen, word je geconfronteerd met het feit dat er niet één manier van leven of denken bestaat.
Elke reis opent eigenlijk een nieuw venster naar de wereld, maar ook naar mijzelf. Een gewoonte die je vanzelfsprekend vindt, kan in een ander land helemaal onbekend zijn. Dat contact met het andere maakt de geest opener. Het nodigt uit om minder te oordelen, nieuwsgieriger te zijn en meer te leren waarderen dat er vele perspectieven naast elkaar bestaan. Het heeft me ook gekeerd andere vormen van therapie te zien.
Het laatste jaar van mijn opleiding tot psychiater (ja, lang geleden:) ) ben ik een jaar in Trinidad & Tobago geweest om daar mee te lopen in diverse psychiatrische poli’s. Ik herinner me een man die ik daar ontmoette. Hij vertoonde psychotische symptomen, met maniform gedrag dat in Nederland vrijwel zeker tot een opname zou hebben geleid. In ons westerse systeem zouden we hebben gekozen voor afzondering, medicatie en toezicht. Maar daar, in Trinidad, gebeurde iets heel anders. Zijn familie ving hem volledig op, met liefde, nabijheid en betrokkenheid. Er werd medicatie gegeven maar ook kruiden. Geen opname, geen wegstoppen, maar een plek in de gemeenschap.
Dat heeft me diep geraakt. Het liet me zien dat geneeskunde niet alleen draait om protocollen en behandelingen, maar ook om context, cultuur en menselijke relaties. Waar wij vaak geneigd zijn om klachten te medicaliseren en te beheersen, wordt elders soms ruimte gemaakt voor dragen en opvangen.
Deze ervaringen neem ik mee in mijn werk als arts, neem ik mee als mens. Die ervaring leerde me dat “werkzaamheid” vele lagen heeft. Natuurlijk zijn er situaties waarin medicatie en opname levensreddend kunnen zijn. Maar reizen maakte me bewust dat er ook andere vormen van zorg bestaan , waarin gemeenschap, natuur of rituelen een even grote rol spelen.
Deze , en andere, ervaringen helpen me om me beter in te leven in de achtergrond van de persoon die tegenover me zit. Cultuur beïnvloedt immers hoe iemand pijn ervaart, hoe emoties worden gedeeld, en hoe men denkt over hulp vragen over of accepteren van klachten. Tijdens reizen kom je vaak in aanraking met gemeenschappen waar men vertrouwt op (natuurlijke) ervaring en overlevering, in plaats van op dubbelblinde studies. Je ziet bijvoorbeeld mensen die homeopathie of kruiden- en plantenremedies gebruiken en daar verlichting bij hebben. Als je ziet hoe andere culturen met klachten omgaan, kan dat een spiegel zijn: misschien zijn wij in het Westen zó gewend geraakt aan pillen en protocollen, dat we vergeten dat herstel ook gaat over balans, ritme, gemeenschap, natuur en rituelen. En vergeet niet het accepteren van symptomen als signaal. Reizen nodigt uit om met een opener blik naar heling te kijken.
Reizen heeft me geleerd met een open blik te luisteren, nieuwsgierig te zijn en niet te snel te oordelen. Dat zijn precies de kwaliteiten die ik essentieel vind in mijn werk als psychiater en homeopathisch arts. Want uiteindelijk gaat goede zorg niet alleen over kennis, maar ook over écht begrijpen wie de ander is – en waar die vandaan komt.


No responses yet