Homeopathie

Homeopathie storytelling

Homeopathie is een wereldwijd toegepaste geneeswijze die uitgaat van het individu en onschadelijk is voor het lichaam en op een milde natuurlijke manier tot genezing kan leiden.
Het homeopathisch middel is te zien als een natuurlijke prikkel wat maakt dat het systeem reageert en in balans komt. Homeopathie prikkelt en activeert het zelfhelende vermogen van ons lichaam waardoor genezing kan optreden.  
 
Homeopathie is een holistische geneeswijze wat inhoudt dat de mens als geheel centraal staat : dus alle dimensies, fysiek, mentaal, emotioneel en spiritueel. Als deze niet in evenwicht zijn, uit balans zijn geraakt,  kunnen klachten ontstaan. In de homeopathie gaan we zoek wat dit en wordt hierop een homeopathisch middel uitgeschreven.

De grondlegger van de homeopathie is de Duitse arts en scheikundige Samuel Friedrich Christian Hahnemann (1755-1843). Hij was een begaafd taalkundige, sprak 8 talen vloeiend,  en werkte in zijn jeugd als meertalig vertaler. In 1779 keerde hij terug naar zijn geboortestaat Saksen, waar hij de geneeskunde opgaf. Hij was namelijk al snel ontevreden als arts omdat hij het niet eens was met de medische behandelingen van die tijd, waaronder purgeren en aderlaten.
Hahnemann was kritisch en kon het niet verdragen om als arts te blijven werken omdat hij zag dat de behandelingen niet effectief waren en zieke mensen zelfs alleen maar slechter werden. Hahnemann was kritisch en gaf duidelijk zijn redenen en meningen over zijn ontevredenheid over het medische systeem. 
 
Hahnemann zag dat de kinabast van een Peruaanse boom effectief was bij de behandeling van malaria. Toen hij het medicijn ging gebruiken, ontwikkelde hij symptomen die hij als analoog aan malaria beschouwde. Hahnemann concludeerde dat de kinabast in kleine doses symptomen veroorzaakte van intermitterende koorts en symptomen die dus lijken op die van een patiënt die aan malaria lijdt.
Hij realiseerde zich dat dit geneesmiddel tijdelijke symptomen veroorzaakte bij hemzelf, een gezond persoon. Na meer experimenten met andere stoffen kwam Hahnemann tot de conclusie dat het basisprincipe van de homeopathie is dat “hetzelfde hetzelfde geneest”.
 
Dit werd het principe van “similars,” een stof die symptomen veroorzaakt die lijken op die van een bepaalde ziekte en die zouden die ziekte moeten verbeteren. Dat werkt, omdat het homeopathisch middel een kunstmatige ziektetoestand creëert die in staat was om de natuurlijke ziekte p te heffen en uit te roeien.
 
Interessant is dat Hippocrates (460-350 v.Chr.) en Aristoteles (384 – 322 v.Chr.) , die beiden gezien worden als grondleggers van de geneeskunde, jaren eerder al geschreven hebben dat “door gelijksoortige dingen een ziekte wordt veroorzaakt en door de toepassing van het gelijksoortige wordt genezen”.
Ook zou Aristoteles hebben geschreven “vaak werkt de gelijkenis op de gelijkenis”.
 
Samuel Hahnemann was degene die deze natuurwet voor het eerst experimenteel ontdekte en er een diepgaande genezingswetenschap van maakte die we vandaag de dag kennen als homeopathie.